Uitspraak · Personen- en familierecht

Hoge Raad, 19 april 2019

ECLI:NL:HR:2019:634Zaaknummer 18/04688

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2019
Publicatiedatum
19 april 2019
Zaaknummer
18/04688
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Echtscheiding. Bij welke ouder hebben de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats? Art. 1:253a BW.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van het middel
  4. 4 Beslissing

19 april 2019

Eerste Kamer

18/04688

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de vader] ,wonende te [woonplaats 1],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. M.S. van der Keur,

t e g e n

1. [de moeder], wonende te [woonplaats 2], Frankrijk,

VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen,

en

2. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGI ZUIDOOST NEDERLAND,

gevestigd te Maastricht,

3. STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,

gevestigd te Heerlen,

BELANGHEBBENDEN in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de moeder, de raad en de stichting.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikking in de zaak C/03/230607/FA RK 17-130 van de rechtbank Limburg van 6 oktober 2017, aangevuld bij beschikking van 29 november 2017;

b. de tussenbeschikking in de zaak 200.230.842/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 april 2018 en de beschikking in de zaken 200.230.842/01 en 200.235.196/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 oktober 2018.

De beschikking van het hof van 4 oktober 2018 is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 4 oktober 2018 heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder, de raad en de stichting hebben geen verweerschriften ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.