Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 22 maart 2019

ECLI:NL:HR:2019:396Zaaknummer 18/01478

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2019
Publicatiedatum
22 maart 2019
Zaaknummer
18/01478
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Bedrijfsruimte verhuurd aan natuurlijke personen. Huurovereenkomst door huurder(s) overgedragen aan B.V. Verhuurder vordert ontbinding huurovereenkomst. Heeft verhuurder de B.V. aanvaard als nieuwe huurder? Is vordering verhuurder verjaard?

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verhuurder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 4 Beslissing

22 maart 2019

Eerste Kamer

18/01478

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [de huurder]wonende te [woonplaats],

2. DI-ANN HOTEL MANAGEMENT B.V.,gevestigd te Amsterdam,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden,

t e g e n

[de verhuurder] wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

Eisers zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] Verweerder zal hierna ook worden aangeduid als [de verhuurder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 4286896 CV EXPL 15-17600 van de kantonrechter te Amsterdam van 8 maart 2016, 21 juni 2016 en 15 november 2016;

b. het arrest in de zaak 200.210.917/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2018. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[de verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [de verhuurder] toegelicht door zijn advocaat en mede door mr. M.E. Loomeyer.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de verhuurder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verhuurder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.