Uitspraak · Verbintenissenrecht

Hoge Raad, 22 februari 2019

ECLI:NL:HR:2019:267Zaaknummer 18/00558

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 februari 2019
Publicatiedatum
22 februari 2019
Zaaknummer
18/00558
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beleggingsadvies. Verhouding tussen de privaatrechtelijke zorgplicht en die van de Wft (ingevolge MiFID-Richtlijn 2004/39/EG). 'Ken-uw-klant' toereikend? Bewijsaanbod. Bezwaar tegen bij pleidooi overgelegde stukken niet behandeld?

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 februari 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van het middel
  4. 4 Beslissing

22 februari 2019

Eerste Kamer

18/00558

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres], voorheen genaamd [eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,

t e g e n

1. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats],

in hun hoedanigheid van erfgenamen van [erflater],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerders].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/02/256719/HA ZA 12-771 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 maart 2013, 3 juli 2013, en 17 juni 2015;

b. het arrest in de zaak 200.181.594/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 november 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. M.E. Loomeyer en voor [verweerders] mede door mr. P.J. Tanja.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 februari 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.