Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 3 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:1886Zaaknummer 18/03372
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 december 2019
- Publicatiedatum
- 3 december 2019
- Zaaknummer
- 18/03372
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op een vordering van klaagster tot een bedrag van bijna 22 mln. USD onder een derde-beslagene, ten laste van klaagster t.z.v. verdenking van witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Middel over door de Rb gehanteerde maatstaf en motivering van de ongegrondverklaring beklag. HR: art. 81.1 RO. Vervolg op ECLI:NL:HR:2019:487.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03372 B
Datum 3 december 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 28 juni 2018, nummer RK 18/450, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd te [plaats],
hierna: de klaagster.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J.F. ten Ham, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:1033 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:1385 Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:1386 Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:621 Parket bij de Hoge Raad, 11 juni 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:143 Parket bij de Hoge Raad, 13 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:1033 Parket bij de Hoge Raad, 15 oktober 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.