Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 12 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1764Zaaknummer 18/03960
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 november 2019
- Publicatiedatum
- 12 november 2019
- Zaaknummer
- 18/03960
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit aanwezig hebben van 53 kilo hennep en verwerken en bewerken van groot aantal hennepplanten door eigenaar van coffeeshop. 1. OM n-o in ontnemingsvordering wegens schending van vertrouwensbeginsel gelet op brief van burgermeester? 2. Moeten alle uit (gedoogde) softdrugshandel verkregen inkomsten worden geacht w.v.v. te zijn? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03960
Datum 12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 31 augustus 2018, nummer 22/000523-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.B. Milo, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:910 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2018:2287 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:1124 Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:1126 Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1671 Gerechtshof Den Haag, 16 september 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1672 Gerechtshof Den Haag, 16 september 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:910 Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:2287 Gerechtshof Den Haag, 31 augustus 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.