Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 12 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1753Zaaknummer 18/01199
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 november 2019
- Publicatiedatum
- 12 november 2019
- Zaaknummer
- 18/01199
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Diefstal fiets d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr), diefstal fiets en zak snoep (art. 310 Sr) en aanwezig hebben hennep (art. 3.C Opiumwet). Aanwezigheidsrecht, art. 588a.1.b Sv. Appeldagvaarding is uitgereikt aan huisgenoot op BRP-adres verdachte. Dient vermelding adres in aantekening mondeling vonnis Pr te worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.b Sv, zodat afschrift van dagvaarding naar dat adres had moeten worden verzonden? HR: art. 81.1 RO. CAG: Adres (nachtopvang Leger des Heils) was t.t.v. onderzoek ttz. in e.a. niet BRP-adres van verdachte maar kort daarvóór en kort daarna wel, terwijl in tussenliggende periode geen BRP-adres van verdachte bekend was. Hieruit heeft Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat adres tijdens onderzoek ttz. in e.a. is opgegeven als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte a.b.i. art. 588.1.b.2 Sv en niet kan worden aangemerkt als adres a.b.i. art. 588a.1.b Sv.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01199
Datum 12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 maart 2018, nummer 20/003673-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:921 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:921 Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.