Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 1 november 2019

ECLI:NL:HR:2019:1680Zaaknummer 18/04740

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 november 2019
Publicatiedatum
1 november 2019
Zaaknummer
18/04740
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Verplichting onteigenaar om te trachten de te onteigenen onroerende zaken bij minnelijke overeenkomst te verkrijgen. Art. 17 Ow.

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] q.q. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] q.q. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 1 november 2019.

Volledige tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/04740

Datum 1 november 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser], in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde ex artikel 20 Onteigeningswet voor [betrokkene 1] ,wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser] q.q.,

advocaat: mr. R.T. Wiegerink,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN,zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/10/552892/HA ZA 18-597 van de rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2018.

[eiser] q.q. heeft tegen het vonnis van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Staat mede door mr. S.J.M. Bouwman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 Wet RO.

De advocaat van [eiser] q.q. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] q.q. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] q.q. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 1 november 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.