Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Hoge Raad, 27 september 2019
ECLI:NL:HR:2019:1442Zaaknummer 18/02065
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 27 september 2019
- Publicatiedatum
- 27 september 2019
- Zaaknummer
- 18/02065
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Procesrecht. Afwikkeling nalatenschap. Beneficiaire aanvaarding. Grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op HR 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2738.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de Executeur] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de Vereffenaar] begroot op nihil en aan de zijde van [de Erven] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de Executeur] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 27 september 2019.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02065
Datum 27 september 2019
ARREST
In de zaak van
[de Executeur], in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [de Vrouw] ,wonende te [woonplaats 1], België,
EISERES tot cassatie,
hierna: [de Executeur],
advocaat: mr. P.S. Kamminga
tegen
1. [de Vereffenaar], in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [de Erflater], kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDER tot cassatie,
hierna: [de Vereffenaar],
niet verschenen,
en
2. [de Dochter] ,wonende te [woonplaats 2],
3. [de Zoon] ,wonende te [woonplaats 3],
VERWEERDERS in cassatie,
verweerders 2 en 3 hierna gezamenlijk: [de Erven],
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 13/01482, ECLI:NL:HR:2014:2738 van 19 september 2014,
b. het arrest in de zaak 200.179.815/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2018.
[de Executeur] heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 13 februari 2018 beroep in cassatie ingesteld. Tegen [de Vereffenaar] is verstek verleend en [de Erven] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 Wet RO.
De advocaat van [de Executeur] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de Executeur] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de Vereffenaar] begroot op nihil en aan de zijde van [de Erven] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de Executeur] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 27 september 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2018:489 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2019:774 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:774 Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2018:489 Gerechtshof Amsterdam, 13 februari 2018 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.