Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 8 oktober 2019

ECLI:NL:HR:2019:1364Zaaknummer 18/00012

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 oktober 2019
Publicatiedatum
8 oktober 2019
Zaaknummer
18/00012
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Zonder vergunning uitvoeren van werkzaamheden m.b.t. bedrijfsafvalstoffen (“slobs”). Valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door valse begeleidingsbrieven af te geven aan schippers van motortankschepen, art. 225.2 Sr. Is bewezenverklaard opzet toereikend gemotiveerd? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Omstandigheid dat verdachte er verantwoordelijk voor was dat zij m.b.t. begeleidingsbrieven conform geldende wet- en regelgeving handelde, kan gevolgtrekking dat verdachte opzettelijk gebruik maakte van vals geschrift of dergelijk geschrift voorhanden had niet dragen. Ook uit b.m. kan niet z.m. meer volgen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op valsheid van begeleidingsbrieven had. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/06128 E, 18/00014 E en 18/00015 E.

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 9 tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, opdat de zaak ten aanzien daarvan op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het derde middel
  3. 3 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel voor het overige
  4. 4 Beoordeling van de overige middelen
  5. 5 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00012

Datum 8 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, van 4 december 2017, nummer 22/001767-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

gevestigd te Dordrecht,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en I.N. Weski, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor wat betreft de beslissingen inzake het onder 9 ten laste gelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het derde middel

2.1

Het middel richt zich onder meer tegen de bewezenverklaring van het onder 9 tenlastegelegde met de klacht dat het bewezenverklaarde opzet ontoereikend is gemotiveerd.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 50 en 60 tot en met 67 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel voor het overige

De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beoordeling van de overige middelen

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeven de overige middelen geen bespreking.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 9 tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, opdat de zaak ten aanzien daarvan op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.