Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 19 juli 2019

ECLI:NL:HR:2019:1260Zaaknummer 18/01760

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juli 2019
Publicatiedatum
19 juli 2019
Zaaknummer
18/01760
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Onrechtmatige (overheids)daad. Persoon ten aanzien van wie machtiging is gegeven o.g.v. Wet Bopz wordt geplaatst in een TBS-kliniek die geen psychiatrisch ziekenhuis is. Aanspraak op schadevergoeding? Schade geleden?

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Antes Zorg begroot op nihil en aan de zijde van de Staat begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.

Volledige tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01760

Datum 19 juli 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser],wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: mr. M.E. Bruning,

tegen

1. ANTES ZORG B.V., rechtsopvolgster van Stichting Bouman GGZ,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Antes Zorg,

niet verschenen,

2. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),

zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: mr. M.M. van Asperen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/10/394525/HA ZA 12-76 van de rechtbank Rotterdam van17 april 2013 en 30 april 2014;

b. het arrest in de zaak 200.153.667/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. Tegen Antes Zorg is verstek verleend.

De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Antes Zorg begroot op nihil en aan de zijde van de Staat begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.