Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 9 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1138Zaaknummer 19/00293
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Publicatiedatum
- 10 juli 2019
- Zaaknummer
- 19/00293
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WOTS. Overname tenuitvoerlegging (42 maanden gevangenisstraf) van in België aan veroordeelde Nederlander opgelegde gevangenisstraf van 8 jaren t.z.v. medeplegen invoer grote hoeveelheid hasj en leiding geven aan criminele organisatie. Is Belgische uitspraak in h.b. aan te merken als verstekvonnis a.b.i. art. 21.2 EVIG, nu h.b. in Belgische strafzaak niet is ingesteld door veroordeelde of door hem gemachtigde raadsman maar door raadsman, die daartoe door zoon van veroordeelde (zijn “gebruikelijke contactpersoon”) is gemachtigd? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/00293
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 december 2018, nummer RK 18/2545, omtrent een verzoek van het Koninkrijk België, tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1958,
hierna: de veroordeelde.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:539 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:539 Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.