Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 29 januari 2019
ECLI:NL:HR:2019:103Zaaknummer 17/02710
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 januari 2019
- Publicatiedatum
- 29 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/02710
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gewoontewitwassen, art. 420ter Sr. Bewijsklacht. HR t.a.v. middel: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 95 uren, subsidiair 48 dagen hechtenis. Art. 22d.3 Sr schrijft voor dat voor elke twee uren van de taakstraf niet meer dan één dag vervangende hechtenis wordt opgelegd. De door het Hof bepaalde vervangende hechtenis is met dit voorschrift in strijd. HR leest de bestreden uitspraak met verbetering van die misslag.
De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof de vervangende hechtenis heeft bepaald op 47 dagen;
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02710
DAZ/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 april 2017, nummer 21/001389-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Het Hof heeft de verdachte ter zake van "van het plegen van witwassen een gewoonte maken" veroordeeld tot een taakstraf van 95 uren, subsidiair 48 dagen hechtenis.
Art. 22d, derde lid, Sr schrijft voor dat voor elke twee uren van de taakstraf niet meer dan één dag vervangende hechtenis wordt opgelegd. De door het Hof bepaalde vervangende hechtenis is met dit voorschrift in strijd. De Hoge Raad leest de bestreden uitspraak met verbetering van die misslag.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof de vervangende hechtenis heeft bepaald op 47 dagen;
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:87 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:87 Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.