Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 25 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:1015Zaaknummer 17/04099
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Publicatiedatum
- 26 juni 2019
- Zaaknummer
- 17/04099
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 180 jo. 181.1 Sr. 1. Onderzoek in e.a. nietig, nu p-v tz. in e.a. ontbreekt? 2. Bewijsklachten t.a.v. “werkzaam in de rechtmatige bediening, te weten noodhulpsurveillance”. Bepaalde in bewijsoverweging aangehaalde omstandigheden volgen niet uit b.m. 3. Motivering toewijzing vordering b.p. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. niet met voldoende nauwkeurigheid b.m. aanduiden waaraan redengevende omstandigheden zijn ontleend: Verzuim behoeft niet tot cassatie te leiden o.m. omdat onderdeel p-v in b.m. kennelijk per abuis is weggevallen in weergave ervan, zodat verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij cassatie.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/04099
Datum 25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 augustus 2017, nummer 23/002572-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:669 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4809 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:669 Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4809 Gerechtshof Amsterdam, 15 augustus 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.