Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 22 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:973Zaaknummer 17/02062
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 juni 2018
- Publicatiedatum
- 22 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/02062
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Verzekeraar weigert uitkering met beroep op in de polis opgenomen voorbehoud. Uitleg polis, Haviltex-maatstaf, uitleg contra proferentem.
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde vanABN AMRO begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 juni 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
22 juni 2018
Eerste Kamer
17/02062
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Eiseressen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eiseres] c.s. en verweerster als ABN AMRO.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/08/161711/HA ZA 14-455 van de rechtbank Overijssel van 8 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.203/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 januari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde vanABN AMRO begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 juni 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARL:2017:529 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2018:403 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2018:403 Parket bij de Hoge Raad, 13 april 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2017:529 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 januari 2017 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.