Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 8 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:858Zaaknummer 17/04106
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 juni 2018
- Publicatiedatum
- 8 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/04106
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor. Maatstaf; gebrek aan belang.
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Walmaro in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale-Nederlanden c.s. begroot op € 854,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Walmaro deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Nationale-Nederlanden c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Walmaro begroot op € 68,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 8 juni 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
8 juni 2018
Eerste Kamer
17/04106
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
WALMARO B.V.,gevestigd te Heeze,
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M. Littooij,
t e g e n
1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,gevestigd te Den Haag,
2. CUNNINGHAM LINDSEY NEDERLAND B.V.,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, verzoeksters in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als Walmaro en verweersters gezamenlijk als Nationale-Nederlanden c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C09/509738/HA RK 16-224 van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2016;
b. de beslissing in de zaak 200.197.769 van het gerechtshof Den Haag van 23 mei 2017.
De beslissing van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beslissing van het hof heeft Walmaro beroep in cassatie ingesteld. Nationale-Nederlanden c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekesten het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van Walmaro heeft bij brief van 18 april 2018 op die conclusie gereageerd; de advocaat van Nationale-Nederlanden c.s. heeft dat gedaan bij brief van 20 april 2018.
3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Walmaro in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale-Nederlanden c.s. begroot op € 854,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Walmaro deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Nationale-Nederlanden c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Walmaro begroot op € 68,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 8 juni 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:399 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1491 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2018:399 Parket bij de Hoge Raad, 6 april 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1491 Gerechtshof Den Haag, 23 mei 2017 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.