Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 22 mei 2018
ECLI:NL:HR:2018:736Zaaknummer 17/03406
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 mei 2018
- Publicatiedatum
- 23 mei 2018
- Zaaknummer
- 17/03406
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zedendelicten (art. 240a, 240b, 245 en 248a Sr). Middelen over schending bewijsminimum 341.4 Sv, uos onbetrouwbaarheid verklaring verdachte, oplegging TBS terwijl het rapport van het PBC eerder dan een jaar voor de aanvang van de tz. is gedagtekend zonder dat daartoe uitdrukkelijke toestemming van het OM en verdachte verkregen was (art. 37.2 Sr) en afwijzing voorwaardelijk verzoek van verdediging tot het verrichten van een tegenonderzoek. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 17/03406
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 3 juli 2017, nummer 21/001847-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:482 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:615 Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:636 Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:482 Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.