Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 11 december 2018

ECLI:NL:HR:2018:2278Zaaknummer 17/01629

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
11 december 2018
Zaaknummer
17/01629
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opzettelijk niet voldoen aan wettelijke verplichting door getuige door opgeroepen en verschenen als getuige in “Passsageproces” op meerdere tz. te weigeren antwoorden te geven op aan hem gestelde vragen en zich te beroepen op verschoningsrecht (voortgezette handeling), art. 192.1 Sr. 1. Heeft verdachte gehandeld in strijd met “wettelijke verplichting” a.b.i. art. 192.1 Sr door in hoedanigheid van getuige geen antwoord te geven op aan hem gestelde vragen of komt aan hem beroep op verschoningsrecht a.b.i. art. 219 Sv toe? 2. Opzet. HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018: 2277.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de middelen
  3. 3 Beslissing

11 december 2018

Strafkamer

nr. S 17/01629

DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2017, nummer 23/000763-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en het heden uitgesproken arrest HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2277 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.