Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 20 november 2018
ECLI:NL:HR:2018:2150Zaaknummer 17/01185
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 november 2018
- Publicatiedatum
- 20 november 2018
- Zaaknummer
- 17/01185
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 37 (oud) Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door paarden en stieren de nodige verzorging te onthouden. Kwalificatie bewezenverklaard feit. Bestaat tussen art. 37 (oud) GWWD en art. 4 en 5 Besluit welzijn productiedieren (oud) een systematische specialis verhouding a.b.i. art. 55.2 Sr? HR: art. 81.1 RO. CAG: Kwalificatie Hof getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl ’s Hofs oordeel dat geen sprake is van (systematische) specialis toereikend is gemotiveerd door te overwegen dat uit wettekst en wetsgeschiedenis van zowel GWWD als Besluit (oud) niet blijkt dat wetgever heeft beoogd één van die strafbepalingen als bijzondere (specialis) bepaling te laten gelden.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
20 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/01185
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 februari 2017, nummer 22/002522-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.L. Baar, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:1065 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:811 Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:1065 Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.