Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 november 2018
ECLI:NL:HR:2018:2063Zaaknummer 17/00619
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 november 2018
- Publicatiedatum
- 7 november 2018
- Zaaknummer
- 17/00619
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit omstandigheden dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende en onaangetekende brief is verzonden naar verdachte en niet retour is gekomen en dat rijbewijs reeds in bezit was van CBR en uit verklaring verdachte dat hij cursus heeft gedaan en alleen zijn rijbewijs nog moet ophalen, worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR: Op gronden vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Uit b.m. blijkt dat verdachte t.t.v. tlgd. feit d.d. 4 september 2014 zijn rijbewijs niet tot zijn beschikking had nu het rijbewijs op dat moment in het bezit was van het CBR, dat de brief van het CBR d.d. 20 maart 2013 betreffende de ongeldigverklaring van verdachtes rijbewijs aangetekend naar verdachte is verstuurd en dat de aan verdachte verzonden aangetekende en onaangetekende brieven niet retour zijn gekomen naar het CBR. Daaruit kan gelet op rechtspraak HR niet worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dat verdachte voorts heeft verklaard dat hij ‘de cursus’ heeft gedaan en alleen zijn rijbewijs nog moest halen maakt dat niet anders. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
6 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/00619
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 januari 2017, nummer 22/002498-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], voorheen [betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt onder meer dat in de zaak met parketnummer 96-048488-15 uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
De bewezenverklaring en de bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 10 en 11, is de klacht gegrond.
Voor zover het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 96-040141-16 tenlastegelegde, kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:996 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:1291 Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:996 Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.