Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 november 2018
ECLI:NL:HR:2018:2060Zaaknummer 17/03153
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 november 2018
- Publicatiedatum
- 7 november 2018
- Zaaknummer
- 17/03153
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Moord door in Curaçao op de openbare weg met een vuurwapen een ander door het hoofd te schieten. Cassatieberoep mogelijk tegen afwijzing Antilliaans herzieningsverzoek? Cassatieberoep tegen uitspraak Gemeenschappelijk Hof van Justitie a.b.i. art. 461 van aldaar geldend Wetboek van Strafvordering, houdende afwijzing van namens veroordeelde ingediende aanvrage tot herziening van een vonnis van het Hof waarbij hij t.z.v. moord is veroordeeld. In zijn cassatieberoep tegen de afwijzing door het Hof van een eerdere herzieningsaanvrage is veroordeelde door HR n-o verklaard (ECLI:NL:HR:2014:692). Op de gronden vermeld in dat arrest kan veroordeelde wederom niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep. Volgt niet-ontvankelijkverklaring. Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BP1286.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.
Volledige tekst
6 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/03153 A
SG/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 7 maart 2017, nummer HAR 113/16, in de zaak van:
[de veroordeelde], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft G.G.J.A. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Het cassatieberoep is gericht tegen een uitspraak van het Hof als bedoeld in art. 461 van het aldaar geldende Wetboek van Strafvordering, houdende de afwijzing van de namens de veroordeelde ingediende aanvrage tot herziening van het vonnis van het Hof van 4 februari 2010 waarbij hij ter zake van moord is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 jaren.
In zijn cassatieberoep tegen de afwijzing door het Hof van een eerdere herzieningsaanvrage is de veroordeelde door de Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard bij arrest van 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:692.
Op de gronden als vermeld in genoemd arrest kan de veroordeelde wederom niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:1016 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2018:1016 Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.