Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 30 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:2018Zaaknummer 18/03042
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2018
- Publicatiedatum
- 30 oktober 2018
- Zaaknummer
- 18/03042
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Zweedse en Liberiaanse nationaliteit) naar Armenië t.z.v. medeplegen diefstal van één miljoen Amerikaanse dollars. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en Minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vanwege ambtsbericht Ministerie van Buitenlandse zaken (problemen met Armeense rechtspraak en waarborging verdedigingsrechten in Armenië)? HR: art. 81.1 RO. CAG: Ambtshalve opmerkingen t.a.v. ten onrechte aanhalen art. 65 Schengen Uitvoeringsovereenkomst door Rb en mogelijkheid HR in overweging te geven om zich in nader advies aan Minister (negatief) uit te laten over aan uitleveringsverzoek te geven gevolg, waarvoor i.c. evenwel onvoldoende grond bestaat.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
30 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 18/03042 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Schiphol, van 2 juli 2018, nummer RK 18/62, op een verzoek van de Republiek Armenië tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft F.J.E. Hogewind, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:1088 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHAMS:2022:499 Gerechtshof Amsterdam, 22 februari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2021:1852 Rechtbank Noord-Holland, 5 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2020:5181 Rechtbank Noord-Holland, 17 juli 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:1088 Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.