Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 16 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1939Zaaknummer 17/03810
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Publicatiedatum
- 17 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/03810
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden naar verdachte en verklaring verdachte, inhoudende dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard omdat EMA cursus te laat zou zijn betaald, worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? 2. Uit bewijsvoering kan niet worden afgeleid dat na ongeldigverklaring rijbewijs aan verdachte geen ander rijbewijs was afgegeven. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. bewijsklacht ander rijbewijs: Terechte klacht maar geen belang bij vernietiging vanwege ontoereikendheid van bewijsvoering, omdat hernieuwde behandeling zaak niet tot andere uitkomst t.a.v. bewezenverklaring zal leiden. Samenhang met 17/03838.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 oktober 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
16 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/03810
SG/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 juli 2017, nummer 22/001238-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 oktober 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:1164 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2018:1164 Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.