Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 25 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1764Zaaknummer 17/05370
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 september 2018
- Publicatiedatum
- 25 september 2018
- Zaaknummer
- 17/05370
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zware mishandeling door tijdens amateurvoetbalwedstrijd sliding te maken ten gevolge waarvan tegenspeler gescheurde kruisband en meniscus oploopt, art. 302.1 Sr. 1. Voorwaardelijk opzet in sport- of spelsituatie. Verweer dat geen sprake is van opzet maar van een ongeval wordt niet weerlegd door b.m. 2. Tot bewijs gebezigde verklaringen berusten op mening, conclusie of gevolgtrekking. HR: art. 81.1 RO. CAG gaat o.m. nader in op verhouding tussen strafrecht en tuchtrecht bij overtredingen in het voetbal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
25 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/05370
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 februari 2017, nummer 22/004298-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:656 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1393 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2018:656 Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1393 Gerechtshof Den Haag, 22 februari 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.