Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 12 mei 2017
ECLI:NL:HR:2017:856Zaaknummer 16/00507
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 mei 2017
- Publicatiedatum
- 12 mei 2017
- Zaaknummer
- 16/00507
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
12 mei 2017
Nr. 16/00507
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 januari 2016, nr. 15/00022, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 14/2437) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2016:14 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2018:9975 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 november 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4461 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4118 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2018:1770 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 maart 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:567 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 februari 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3642 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 augustus 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3643 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 augustus 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2016:14 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 januari 2016 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.