Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 31 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:553Zaaknummer 16/02034
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 31 maart 2017
- Publicatiedatum
- 31 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/02034
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verdeling nalatenschap, art. 3:178 en 3:185 BW. Ambtshalve aan zich trekken van verdeling door de rechter, art. 677 lid Rv. Uitleg vorderingen.
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven [betrokkene 1] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 maart 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
31 maart 2017
Eerste Kamer
16/02034
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
De gezamenlijke erven van [betrokkene 1],overleden te [plaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de erven [betrokkene 1].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 276488/ HA ZA 06-3753 van de rechtbank Den Haag van 24 mei 2006, 29 november 2006, 16 januari 2008, 8 april 2009 en 27 oktober 2010;
b. de arresten in de zaak 200.082.000/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 januari 2014, 10 februari 2015 en 29 december 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de erven [betrokkene 1] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 februari 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven [betrokkene 1] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 maart 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2017:49 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3919 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2017:49 Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3919 Gerechtshof Den Haag, 29 december 2015 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.