Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 6 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2559Zaaknummer 17/02284
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2017
- Publicatiedatum
- 6 oktober 2017
- Zaaknummer
- 17/02284
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BOPZ. Voorlopige machtiging. Ontvankelijkheid beroep tegen deelbeschikking. Eindbeschikking: art. 81 lid 1 RO. Gedateerde geneeskundige verklaring. Hoorplicht.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in haar beroep gericht tegen de beschikking van 19 januari 2017;
verwerpt het beroep gericht tegen de beschikking van 9 februari 2017.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 6 oktober 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
6 oktober 2017
Eerste Kamer
17/02284
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene] ,wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET OOST-NEDERLAND,zetelende te Arnhem,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/05/313792/FA RK 17/25 van de rechtbank Gelderland van 19 januari 2017 en 9 februari 2017.
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep voor zover gericht tegen de beschikking van 19 januari 2017 en tot verwerping van het beroep voor zover gericht tegen de beschikking van 9 februari 2017.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 25 augustus 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Voor zover het beroep is gericht tegen de beschikking van 19 januari 2017 kan betrokkene daarin niet worden ontvangen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 2.
4 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten tegen de beschikking van 9 februari 2017 kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in haar beroep gericht tegen de beschikking van 19 januari 2017;
verwerpt het beroep gericht tegen de beschikking van 9 februari 2017.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 6 oktober 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2017:1019 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2017:1019 Parket bij de Hoge Raad, 11 augustus 2017 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.