Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 15 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2336Zaaknummer 15/04746
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 15 september 2017
- Publicatiedatum
- 15 september 2017
- Zaaknummer
- 15/04746
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verpakkingenbelasting; art. 80, letters a onder 40, b en j, Wet belastingen op milieugrondslag (tekst 2009-2010); art. 26 IVBPR; art. 14 EVRM jo art. 1 Eerste Protocol EVRM; art. 32, lid 1, letter i, Uitvoeringsregeling belasting op milieugrondslag (tekst 2009-2010); kartonnen kokers (cones) met een lengte van minder dan 50 cm; geen onjuiste uitleg van het begrip 'verkoop- of primaire verpakking'; beperking van de uitzondering voor logistieke hulpmiddelen in art. 32, lid 1, letter i, Uitvoeringsregeling tot kokers, kernen, hulzen, spoelen en haspels met een lengte vanaf 50 cm is niet in strijd met gelijkheidsbeginsel.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
15 september 2017
nr. 15/04746
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de fiscale eenheid [X] BV, c.s. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 augustus 2015, nrs. 13/00895 en 13/00896, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 12/1270 en 12/1271) betreffende een aan belanghebbende over 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de verpakkingenbelasting en het door haar op aangifte voldane bedrag aan verpakkingenbelasting over 2010. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 15 november 2016 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2016:1180).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 15/04744 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2016:1180 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2015:6468 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2016:1180 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:6468 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 augustus 2015 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.