Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 11 juli 2017
ECLI:NL:HR:2017:1301Zaaknummer 16/03209
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 juli 2017
- Publicatiedatum
- 11 juli 2017
- Zaaknummer
- 16/03209
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verkrachting, art. 242 Sr en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met brandstichting, art. 285.1 Sr. HR: art. 81.1 RO. CAG: Oorzakelijk verband mishandeling en bewezenverklaarde dwang tot het ondergaan van het seksueel binnendringen van vriendin van verdachte? Hof heeft de bewezenverklaarde - al dan niet psychische - ‘dwang’ a.b.i. art. 242 Sr kunnen afleiden uit het uit het deskundigenrapport van de patholoog blijkende letsel bij vriendin van verdachte en uit de vastgestelde ruzie tussen verdachte en zijn vriendin in de nacht waarin het feit is gepleegd.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
11 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/03209
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2016, nummer 23/000907-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2017:624 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2016:2032 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4001 Rechtbank Noord-Nederland, 2 november 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2020:743 Rechtbank Overijssel, 21 februari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2018:5329 Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:624 Parket bij de Hoge Raad, 13 juni 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2016:2032 Gerechtshof Amsterdam, 1 juni 2016 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.