Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 22 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:709Zaaknummer 15/03729
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 april 2016
- Publicatiedatum
- 22 april 2016
- Zaaknummer
- 15/03729
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
22 april 2016
Nr. 15/03729
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juli 2015, nr. 14/00773, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/2250) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2 Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2015:2522 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2022:321 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 januari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:6289 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:6291 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:6004 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:4944 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 mei 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:4153 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 april 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:11680 Rechtbank Den Haag, 27 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:11681 Rechtbank Den Haag, 27 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2015:2522 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 juli 2015 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.