Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 29 november 2016
ECLI:NL:HR:2016:3375Zaaknummer 16/05613
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 november 2016
- Publicatiedatum
- 22 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/05613
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van een ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen rechter-plaatsvervanger in Rb Noord-Nederland is aangifte gedaan t.z.v. mishandeling. Verzoek is vatbaar voor inwilliging, aangezien tegen betrokkene aangifte is gedaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en betrokkene t.t.v. het in de aangifte bedoelde feit rechterlijk ambtenaar a.b.i. art. 510.1 Sv was. HR wijst Rb Amsterdam aan als gerecht voor hetwelk de (eventuele) vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
4 Beslissing
De Hoge Raad wijst de Rechtbank Amsterdam aan als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die Rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en vastgesteld in raadkamer op 29 november 2016.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
29 november 2016
Strafkamer
nr. S 16/05613
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het verzoekschrift van de Hoofdofficier van Justitie van het Arrondissementsparket Midden-Nederland, ingekomen bij de Hoge Raad op 14 november 2016, tot aanwijzing van een ander gerecht als bedoeld in art. 510, eerste lid, Sv in de zaak betreffende:
[betrokkene], thans rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland.
1 Het verzoek
De Hoofdofficier van Justitie heeft zich tot de Hoge Raad gewend met het verzoek op de voet van art. 510 Sv een Rechtbank aan te wijzen voor de vervolging en berechting van de betrokkene.
2 De conclusie van de Procureur-Generaal
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.
3 Beoordeling van het verzoek
Uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken blijkt:
a. dat tegen de betrokkene aangifte is gedaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
b. dat de betrokkene ten tijde van het in de aangifte bedoelde feit rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510, eerste lid, Sv was.
Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek, gelet op art. 510 Sv, vatbaar is voor toewijzing.
4 Beslissing
De Hoge Raad wijst de Rechtbank Amsterdam aan als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die Rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en vastgesteld in raadkamer op 29 november 2016.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2016:1513 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2016:1513 Parket bij de Hoge Raad, 22 november 2016 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.