Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 9 december 2016
ECLI:NL:HR:2016:2828Zaaknummer 16/02744
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 9 december 2016
- Publicatiedatum
- 9 december 2016
- Zaaknummer
- 16/02744
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Effectenleaseovereenkomst. Restschuld; heeft Dexia ter uitvoering van de overeenkomst daadwerkelijk aandelen voor de cliënt aangekocht? Beroep op hardheidsclausule?
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ARC B.V. begroot op € 2.678,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 9 december 2016.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
9 december 2016
Eerste Kamer
16/02744
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2] ,wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. H.L. van Lookeren Campagne, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
ASSET REFINANCE COMPANY B.V.,gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en ARC B.V.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1185907 DX EXPL 10-234 van de rechtbank Amsterdam van 5 januari 2011, 16 maart 2011, 17 augustus 2011 en 23 mei 2012, verbeterd op 15 augustus 2012;
b. de arresten in de zaak 200.115.738/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 september 2014, 27 januari 2015, 30 juni 2015 en 9 februari 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ARC c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen mondeling toegelicht, namens [eiser] c.s. door mr. L.C.M. Jurgens.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 2 december 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ARC B.V. begroot op € 2.678,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 9 december 2016.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2016:1223 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2014:3962 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:GHAMS:2015:177 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:GHAMS:2015:2703 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:GHAMS:2016:444 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2020:1865 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 maart 2020 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:9508 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 november 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:5266 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juni 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:2661 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:2662 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:1545 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 februari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:1377 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:315 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 januari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:317 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 januari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:111 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 januari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:1697 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 februari 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1223 Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2016:444 Gerechtshof Amsterdam, 9 februari 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2015:2703 Gerechtshof Amsterdam, 30 juni 2015 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2015:177 Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2015 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2014:3962 Gerechtshof Amsterdam, 23 september 2014 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.