Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 april 2015
ECLI:NL:HR:2015:910Zaaknummer 13/04951
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 april 2015
- Publicatiedatum
- 8 april 2015
- Zaaknummer
- 13/04951
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beklag. Beslag. Beroep tegen beschikking waarbij het klaagschrift van klager strekkende tot teruggave van een bromfiets ongegrond is verklaard. Bij vonnis van 9 januari 2015 is de betreffende bromfiets onttrokken aan het verkeer. Deze beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij zijn klaagschrift ongegrond is verklaard. Klager dient daarom in het cassatieberoep n-o te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
7 april 2015
Strafkamer
nr. 13/04951 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 3 september 2013, nummer RK 13/2231, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. A. Vijftigschild, advocaat te Leidschendam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het ingestelde cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank van 3 september 2013 waarbij een klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem inbeslaggenomen bromfiets, ongegrond is verklaard.
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een vonnis van de Politierechter in genoemde Rechtbank van 9 januari 2015 in de strafzaak tegen de klager. Dit vonnis houdt, voor zover hier van belang, in:
"Beslissing ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen:Onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen goed, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen:
1 STK Bromfiets."
Deze beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat de klager, die teruggave heeft verzocht van het voorwerp ten aanzien waarvan inmiddels bij voormeld vonnis is beslist, geen belang meer heeft bij het beroep tegen voormelde beschikking waarbij zijn klaagschrift ongegrond is verklaard. De klager dient daarom in het cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2015:388 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2015:388 Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2015 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.