Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 20 maart 2015

ECLI:NL:HR:2015:687Zaaknummer 14/00372

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 maart 2015
Publicatiedatum
20 maart 2015
Zaaknummer
14/00372
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Immuniteit van jurisdictie van internationale organisatie (vgl. HR 20 december 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9158, NJ 1986/438 en HR 23 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI9632, NJ 2009/572)?

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Tribunaal begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 20 maart 2015.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van de middelen in het principale beroep
  4. 4 Beslissing

20 maart 2015

Eerste Kamer

14/00372

TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. K.G.W. van Oven,

t e g e n

IRAN-UNITED STATES CLAIMS TRIBUNAL,zetelende te's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. G.R. den Dekker.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en het Tribunaal.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 1099663/11-26130 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 13 februari 2012;

b. het arrest in de zaak 200.103.895/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 september 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het Tribunaal heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tot het buiten bespreking laten van het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 februari 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Tribunaal begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 20 maart 2015.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.