Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 22 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3696Zaaknummer 15/00930
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 december 2015
- Publicatiedatum
- 23 december 2015
- Zaaknummer
- 15/00930
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Falende bewijsklacht medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hennep.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
22 december 2015
Strafkamer
nr. S 15/00930
EC/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 3 december 2014, nummer 21/008312-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring ten aanzien van het "medeplegen" ontoereikend is gemotiveerd.
Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:
"hij op 25 juni 2009 te Goor, gemeente Hof van Twente, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat 1 en 1A]) een hoeveelheid hennepplanten (ongeveer 2300 planten) en een hoeveelheid henneptoppen (ongeveer 2370 gram), zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Een proces-verbaal van voorgeleiding, inhoudende een relaas van verbalisanten voornoemd, gesloten op 25 juni 2009, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een klacht werd door het energiebedrijf COGAS een zogenaamde kabelmeting verricht waaruit bleek dat aan de [a-straat] te Goor, waaronder perceel [1] en [1A], een in werking zijnde hennepkwekerij zou zijn. Vervolgens werd op 25 juni 2009 een onderzoek ingesteld. Omstreeks 09.30 uur waren wij met enkele collega's van de afdeling drugs en wapens van de politie Twente en een medewerker van de COGAS bij genoemd perceel aanwezig. Op het bedrijfsterrein van genoemd pand nabij de ingang werden verdachten [verdachte] en [medeverdachte] aangetroffen.
Nadat wij de reden van onze komst hadden medegedeeld opende verdachte [medeverdachte] met een in zijn bezit zijnde sleutel de toegangsdeur tot genoemd perceel. In het pand werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De kwekerij bestond uit allerlei apparatuur en circa 2300 hennepplanten.
(...)
2. Een proces-verbaal van expertise hennepplanten, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadier van politie, gesloten op 29 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Perceel [a-straat] 19 te Goor is een redelijk groot vrijstaand bedrijfspand gelegen buiten de bebouwde kom van Goor. Het betrof een bedrijfspand voorzien van een eigen terrein rondom de bedrijfsgebouwen en omgeven door een aaneengesloten hekwerk met daarin een toegangspoort. Toen [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadier van de regiopolitie Twente, Unit Regionale Tactische Recherche, team Druwa samen met de collega's van het team Hof van Twente op 25 juni 2009 bij perceel [a-straat 1] te Goor aankwamen, stonden er twee mannen op het terrein behorende bij perceel [a-straat 1] te Goor. Nadat [verbalisant 5] de mannen de reden van onze komst had verteld, heeft een van deze mannen, op ons verzoek, de toegangsdeur tot dit perceel met een sleutel geopend. Een van deze mannen vertelde vervolgens spontaan dat er hennep in dit perceel werd geteeld. Nadat wij in dit perceel waren roken wij een sterke hennepgeur. Vervolgens werden een aantal kweekruimtes c.q. droogruimtes in dit perceel ontdekt. Hierop zijn de twee mannen als verdachten aangehouden.
Kweekruimte 3: in totaal stonden in deze kweekruimte ongeveer 550 hennepplanten.
Kweekruimte 4: in totaal stonden in deze kweekruimte ongeveer 550 hennepplanten.
Kweekruimte 5: in totaal stonden in deze kweekruimte ongeveer 550 hennepplanten.
Kweekruimte 6: in totaal stonden in deze kweekruimte ongeveer 550 hennepplanten.
Kweektent naast kweekruimte 5: in deze ruimte stonden 106 hennepplanten.
Droogruimte: in deze ruimte werd 2370 gram marihuana aangetroffen welke lag te drogen.
Van de aangetroffen hennepplanten c.q. resten van hennepplanten, zijn monsters genomen welke zijn getest met de ODV verdovende middelentest voor hasj/marihuana. Deze test verliep positief op de aanwezigheid van THC
(Tetrahydrocanabinol), zijnde de werkzame stof in marihuana/hasj. Hasj/marihuana is afkomstig van de Hennepplant (geslacht cannabis) en staat als zodanig vermeld op lijst II van de Opiumwet.
3. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, gesloten op 25 juni 2009, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
De Opel Vectra is mijn eigendom. Vanochtend stond mijn auto op het bedrijfsterrein behorend bij perceel [a-straat 1 en 1A]. Wij, [medeverdachte] en ik waren daar juist aangekomen. Nadat wij waren uitgestapt kwam de politie. Ik was daar aan de [a-straat 1 en 1A] voor de tweede keer. Gisteren was ik daar ook met [medeverdachte].
4. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte in het kader van de inverzekeringstelling, RC-nummer 09/694, d.d. 26 juni 2009, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
De auto was van mijn zus.
5. Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], gesloten op 25 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 25 juni 2009 had ik afgesproken met [verdachte]. Wij zijn met een grijze Opel Vectra naar Goor gereden. Ik wist geen adres maar wist wel hoe ik er naar toe moest rijden. Toen ik daar aankwam, zag ik dat de politie er ook aankwam. Op aandringen van de politie zijn wij het pand in gegaan. Ik had sleutels van het pand. Deze sleutels lagen in de Opel Vectra. Bij dat pand ben ik wel vaker geweest. Gisterochtend nog. Ik was toen ook met [verdachte] daar.
6. Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], gesloten op 28 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Woensdag zijn [verdachte] en ik in Goor geweest. Dat was bij hetzelfde pand. [verdachte] had een afspraak gemaakt bij een pand in Goor. Om dat pand zit een hek. Dit hek zat op slot. [verdachte] heeft het hek geopend. [verdachte] had dus de sleutels van dat hek bij zich. Ik ben het terrein opgereden. [verdachte] liep het terrein op.
7. Als schriftelijk bescheid, een aanvullende zaaksverklaring van [medeverdachte], opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], gedateerd 29 juni 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik blijf erbij dat ik de sleutels van het pand uit de auto heb gepakt. Dat deed ik omdat ik daarvoor heb gezien dat [verdachte] de poort ermee open maakte. Toen ik op verzoek van de politie het slot van de deur openmaakte, was het meteen bij de eerste sleutel raak. Ik weet niet meer hoeveel sleutels er aan de bos zaten."
Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts onder meer het volgende overwogen:
"Overweging met betrekking tot het bewijs
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij in het bijzonder.
Vast is komen te staan dat verdachte en zijn mededader [medeverdachte] op 25 juni 2009 samen in de auto van verdachtes zus, naar het bedrijfspand aan de [a-straat 1 en 1A] in Goor zijn gereden en dat zij over de sleutel van het toegangshek en het bedrijfspand beschikten. Nadat de politie ter plaatse was gekomen heeft een van hen spontaan gemeld dat er hennep in het pand werd geteeld en [medeverdachte] heeft daarop direct met de juiste sleutel aan de sleutelbos het pand geopend. In het bedrijfspand werd een sterke hennepgeur geroken. In het pand werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 2300 planten alsmede een hoeveelheid henneptoppen van 2370 gram. Verdachte en zijn mededader hebben ieder een ander verhaal verteld over de reden van hun komst naar het bedrijfspand. Op grond van het vorenstaande en bij het ontbreken van een redelijk alternatief scenario is naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij het hem tenlastegelegde feit."
Gelet op de vaststellingen en de overwegingen van het Hof zoals hiervoor onder 2.2.2 en 2.2.3 weergegeven, geeft zijn oordeel dat de verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader een zodanige macht over de in het bedrijfspand aangetroffen hennepplanten hadden dat zij die hennep in de zin van art. 3, aanhef en onder C, Opiumwet opzettelijk aanwezig hebben gehad niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat zij zich bij het bedrijfspand bevonden en over een sleutel van dat pand beschikten, zij daar al eerder waren geweest en door een van hen spontaan werd medegedeeld dat in dat pand hennep werd geteeld.
Het middel faalt.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2015:2450 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7792 Rechtbank Gelderland, 25 september 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2026:440 Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:876 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31 maart 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:555 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:684 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2727 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 oktober 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3023 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 september 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2348 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 september 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1806 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 juni 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:774 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 maart 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:775 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 maart 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:8397 Rechtbank Amsterdam, 24 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:1197 Parket bij de Hoge Raad, 19 november 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:857 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13 maart 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3841 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 november 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3491 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 oktober 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2929 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juli 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:738 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 maart 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1809 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 februari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:136 Parket bij de Hoge Raad, 7 februari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:28 Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4756 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4813 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4826 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4829 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4831 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1122 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 augustus 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1335 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13 april 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:519 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 januari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:1265 Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:1123 Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3173 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 oktober 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:899 Parket bij de Hoge Raad, 5 oktober 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2726 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 augustus 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:1262 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 april 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:341 Parket bij de Hoge Raad, 6 april 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4577 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 december 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:583 Parket bij de Hoge Raad, 19 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:233 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:234 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:567 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:584 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:594 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:602 Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2015:2450 Parket bij de Hoge Raad, 13 oktober 2015 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.