Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 28 maart 2014

ECLI:NL:HR:2014:737Zaaknummer 13/01847

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 maart 2014
Publicatiedatum
28 maart 2014
Zaaknummer
13/01847
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. In appel afgewezen verzoek tot heroverweging van rolbeschikking waarbij akte niet-dienen werd verleend; hoger beroep niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van de middelen
  4. 4 Beslissing

28 maart 2014

Eerste Kamer

nr. 13/01847

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

STICHTING MONUMENTEN 6%,gevestigd te Rotterdam,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën),zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. K. Teuben.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 386303/HA ZA 11-329 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2011 en 7 december 2011;

b. de rolbeslissingen in de zaak 200.103.858/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 16 oktober 2012 en 24 oktober 2012, en het eindarrest van 13 november 2012.

Het arrest van het hof van 13 november 2012 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van 13 november 2012 van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.