Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 21 november 2014
ECLI:NL:HR:2014:3323Zaaknummer 13/05105
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 november 2014
- Publicatiedatum
- 21 november 2014
- Zaaknummer
- 13/05105
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Art. 4.12, letter b, en art. 4.46 Wet IB 2001. Vernietiging met terugwerkende kracht van koopovereenkomst staat niet eraan in de weg dat met die overeenkomst een aanmerkelijk belangwinst is gerealiseerd.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman en de raadsheer L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2014.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
21 november 2014
nr. 13/05105
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 september 2013, nr. 11/00726, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 10/5861) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2007 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van het middel
Belanghebbende heeft in 2007 een pakket aanmerkelijkbelangaandelen verkocht en geleverd aan een door hem beheerste vennootschap. In 2012 heeft belanghebbende de aan de levering ten grondslag liggende koopovereenkomst door middel van een buitengerechtelijke verklaring vernietigd op grond van wederzijdse dwaling.
Het Hof heeft geoordeeld dat de vernietiging van de koopovereenkomst met terugwerkende kracht niet eraan in de weg staat dat belanghebbende in 2007 een (in dat jaar te belasten) winst uit aanmerkelijk belang heeft genoten.
Aangezien dit oordeel juist is, faalt het daartegen gerichte middel. De vraag of, en zo ja in hoeverre, ter bepaling van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang gevolgen moeten worden verbonden aan de vernietiging van de koopovereenkomst is aan de orde bij de vaststelling van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang van het jaar waarin de vernietiging heeft plaatsgevonden.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman en de raadsheer L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2014.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2013:3916 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2169 Gerechtshof Den Haag, 30 juni 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4983 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juli 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:723 Gerechtshof Amsterdam, 9 maart 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2022:1347 Rechtbank Noord-Holland, 26 januari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2015:7397 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 november 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2013:3916 Gerechtshof Amsterdam, 12 september 2013 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.