Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 8 februari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY4196Zaaknummer 11/04410
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 februari 2013
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/04410
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzoek om inzage van verwerkte persoonsgegevens op de voet van art. 35 Wet Bescherming Persoonsgegevens.
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RBS c.s. begroot op € 339,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
8 februari 2013
Eerste Kamer
11/04410
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. THE ROYAL BANK OF SCOTLAND N.V. (voorheen ABN AMRO Bank N.V.),
gevestigd te Amsterdam,
2. ABN AMRO BANK N.V. ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, verzoeksters in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en RBS c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 422981/HA RK 09-213 van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2009 en 22 juli 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.075.982/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juli 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. RBS c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
RBS c.s. heeft verzocht het principale beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RBS c.s. begroot op € 339,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 35 BWBR0011468
- Artikel 43 BWBR0011468
- Artikel 46 BWBR0011468
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2013:BY4196 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3020 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2398 Gerechtshof Den Haag, 17 september 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBNNE:2017:877 Rechtbank Noord-Nederland, 13 maart 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2013:BY4196 Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2013 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3020 Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2011 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.