Uitspraak · Belastingrecht

Hoge Raad, 12 juli 2013

ECLI:NL:HR:2013:171Zaaknummer 12/05388

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
24 juli 2013
Zaaknummer
12/05388
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 lid 1 RO.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F.van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van de middelen
  4. 4 Proceskosten
  5. 5 Beslissing

12 juli 2013

nr. 12/05388

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 november 2012, nrs. 11/00378 t/m 11/00380, betreffende een navorderingsaanslag en aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het jaar 2003 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete.

Voorts zijn aan belanghebbende voor de jaren 2004 en 2005 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd.

De navorderingsaanslag, de boetebeschikking en de aanslagen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.

De Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 09/5418 t/m 09/5420) heeft de tegen de uitspraken ingestelde beroepen voor de jaren 2003 en 2005 gegrond verklaard, het beroep voor het jaar 2004 ongegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur voor 2003 voor zover betrekking hebbende op de boete alsmede de boetebeschikking voor dat jaar vernietigd, de uitspraak van de Inspecteur voor het jaar 2005 vernietigd, de aanslag alsmede de boetebeschikking voor dat jaar verminderd.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, behoudens de beslissingen betreffende de vergrijpboete, de proceskosten en het griffierecht, het bij de Rechtbank ingestelde beroep betreffende de navorderingsaanslag over 2003 ongegrond verklaard, de bij de Rechtbank ingestelde beroepen betreffende de aanslagen voor de jaren 2004 en 2005 gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur betreffende de aanslagen voor de jaren 2004 en 2005 vernietigd en die aanslagen verminderd.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F.van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.