Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 20 november 2012
ECLI:NL:HR:2012:BY0267Zaaknummer 11/04147
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 november 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/04147
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Slagende bewijsklacht opzet op het tezamen en in vereniging plegen van geweld. Uit de bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat het opzet van verdachte ook gericht was op het bewezenverklaarde, door zijn medeverdachte gepleegde geweld.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 november 2012.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
20 november 2012
Strafkamer
nr. S 11/04147
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 augustus 2011, nummer 21/000514-11, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de bewijsmotivering van het opzet op het tezamen en in vereniging plegen van geweld.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 17 september 2010 te Epse, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 3060 euro en/of meerdere sieraden en één bril en meerdere portemonnees en een kluisje, toebehorende aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [betrokkene 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat zijn mededader voornoemde [betrokkene 1]
- heeft vastgepakt/gegrepen, en
- met een breekijzer op het hoofd heeft geslagen, en vervolgens
- met dat breekijzer op de arm heeft geslagen, en
- in/op/tegen het gezicht heeft geslagen."
2.2.2. De bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat het geen reden ziet om het door de medeverdachte toegepaste geweld niet toe te rekenen aan de verdachte, onder meer omdat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er (nog meer) geweld door de medeverdachte zou worden gebruikt. Uit de gebezigde bewijsvoering kan echter niet zonder meer volgen dat het opzet van de verdachte ook gericht was op het bewezenverklaarde, door de medeverdachte gepleegde geweld.
2.4. Het middel klaagt daarover terecht.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 november 2012.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2012:BY0267 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1185 Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:1186 Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:516 Hoge Raad, 8 april 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:114 Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2024:5757 Rechtbank Midden-Nederland, 8 oktober 2024 (strafprocesrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:205 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:206 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:107 Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1327 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 april 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:5334 Rechtbank Midden-Nederland, 13 december 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4398 Rechtbank Noord-Nederland, 24 november 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2022:2874 Rechtbank Noord-Nederland, 11 augustus 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2258 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2469 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2470 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:589 Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:12 Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:1090 Parket bij de Hoge Raad, 23 november 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3683 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 november 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:1087 Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2015:434 Parket bij de Hoge Raad, 17 februari 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2014:1939 Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2012:BY0267 Parket bij de Hoge Raad, 20 november 2012 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.