Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 15 juni 2012
ECLI:NL:HR:2012:BW8348Zaaknummer 11/03392
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 15 juni 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/03392
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Art. 6 wet IB 1964 en art. 3.8 Wet IB 2001. Paardenfokkerij vormt in dit geval geen onderneming.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2012.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
15 juni 2012
nr. 11/03392
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 juni 2011, nrs. P08/01282 tot en met P08/01286, betreffende (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn over de jaren 1999 tot en met 2002 (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede over het jaar 2001 een navorderingsaanslag in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, welke (navorderings)aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 07/7165 tot en met AWB 07/7169) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende was in de onderhavige jaren directeur en aandeelhouder van een aantal vennootschappen. In één van deze vennootschappen worden verzekeringsactiviteiten ontplooid. Belanghebbende verricht vanaf 2001 op fulltime basis werkzaamheden voor deze vennootschap. Voor die tijd was hij elders in loondienst werkzaam.
In 1999 is belanghebbende begonnen met het fokken en verkopen van paarden (hierna: de paardenfokkerij). De hieruit voortvloeiende verliezen heeft belanghebbende in zijn aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de onderhavige jaren als (negatieve) winst uit onderneming verantwoord.
3.2. Het Hof heeft onderschreven het door de Rechtbank gegeven oordeel dat de paardenfokkerij geen bron van inkomen vormt en heeft de daartoe door de Rechtbank gebezigde overwegingen tot de zijne gemaakt.
3.3. De middelen 1 en 2 komen met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel dat de paardenfokkerij geen bron van inkomen vormt.
Voor zover in de middelen wordt betoogd dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een objectieve voordeelsverwachting welke nodig is voor het bestaan van de bron winst uit onderneming geen betekenis toekomt aan de feitelijk behaalde resultaten zoals die achteraf blijken, falen zij aangezien die resultaten wel licht kunnen werpen op het antwoord op die vraag (vgl. HR 24 juni 2011, nr. 10/01299, LJN BP5707, BNB 2011/246).
Het Hof heeft blijkens onderdeel 6.2 van zijn uitspraak, onder verwijzing naar hetgeen de Rechtbank heeft overwogen, onder meer aangaande het ontbreken bij belanghebbende van voldoende specifieke voor de paardenfokkerij benodigde deskundigheid, het ontbreken van een bedrijfsplan, en de in de onderhavige jaren behaalde negatieve resultaten, geoordeeld dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de paardenfokkerij geen bron van inkomen van belanghebbende vormde aangezien daarvan reeds bij aanvang een positief voordeel niet te verwachten viel, en bij zijn oordeel mede in acht genomen hetgeen door belanghebbende in hoger beroep is aangevoerd. Het oordeel van het Hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard en berustend op de aan het Hof voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Daarbij verdient opmerking dat het Hof niet was gehouden om alle door belanghebbende voor zijn standpunt aangevoerde argumenten afzonderlijk te weerleggen. De middelen falen derhalve ook voor het overige.
3.4. De middelen 3 en 4 kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2012.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9592 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2757 Gerechtshof Den Haag, 18 augustus 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2042 Gerechtshof Den Haag, 27 mei 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2026:2734 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 april 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1134 Gerechtshof Amsterdam, 14 april 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:527 Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2612 Gerechtshof Den Haag, 11 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2379 Gerechtshof Den Haag, 10 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2636 Gerechtshof Den Haag, 29 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2024:3338 Rechtbank Noord-Nederland, 3 september 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1476 Gerechtshof Den Haag, 6 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:4613 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 juli 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1036 Gerechtshof Den Haag, 4 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1533 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2046 Gerechtshof Den Haag, 17 oktober 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12991 Rechtbank Den Haag, 29 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11477 Rechtbank Den Haag, 6 juli 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:573 Gerechtshof Den Haag, 15 maart 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:1756 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:200 Gerechtshof Den Haag, 24 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2444 Gerechtshof Den Haag, 29 november 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5621 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 oktober 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1744 Gerechtshof Den Haag, 18 augustus 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1745 Gerechtshof Den Haag, 18 augustus 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:308 Gerechtshof Den Haag, 1 maart 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2593 Gerechtshof Den Haag, 22 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:10844 Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1384 Gerechtshof Den Haag, 9 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:3780 Rechtbank Den Haag, 13 april 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:670 Gerechtshof Den Haag, 8 april 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:4905 Rechtbank Den Haag, 7 april 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:388 Gerechtshof Den Haag, 9 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:546 Gerechtshof Den Haag, 9 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2020:794 Gerechtshof Den Haag, 31 maart 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2019:5623 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 december 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3616 Gerechtshof Den Haag, 20 november 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3006 Gerechtshof Den Haag, 5 november 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:7300 Rechtbank Den Haag, 22 juli 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2190 Gerechtshof Den Haag, 10 juli 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:12652 Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:1972 Gerechtshof Den Haag, 1 augustus 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2018:4896 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 augustus 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 januari 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:3352 Gerechtshof Den Haag, 15 november 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2017:2627 Rechtbank Noord-Nederland, 18 juli 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1060 Gerechtshof Den Haag, 19 april 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:9331 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:3284 Gerechtshof Den Haag, 2 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:8258 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 oktober 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:15899 Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:366 Gerechtshof Den Haag, 2 februari 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:367 Gerechtshof Den Haag, 26 januari 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2015:5216 Rechtbank Noord-Nederland, 12 november 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2015:1985 Gerechtshof Den Haag, 30 juni 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:2563 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 maart 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9592 Gerechtshof Amsterdam, 23 juni 2011 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.