Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 8 april 2011

ECLI:NL:HR:2011:BP0572Zaaknummer 09/03781

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03781
Rechtsgebied
Civiel recht, Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Vgl. HR 31 januari 2003, LJN AF0646. Eigen schuld? Klachten over passeren essentiële stellingen en begrijpelijkheid bewijsoordeel. (81 RO)

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Middelhorst begroot op € 490,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op

8 april 2011.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

8 april 2011

Eerste Kamer

09/03781

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,

t e g e n

de coöperatieve woonvereniging DE MIDDELHORST UA,

gevestigd te Haren,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en De Middelhorst.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 82263/HA ZA 05-850 van de rechtbank Groningen van 7 juni 2006;

b. de tussenarresten in de zaak met rolnummer 0600484 van 12 september 2007 en 9 juli 2008 en het eindarrest met zaaknummer 107.001.309/01 van 19 mei 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van 12 september 2007 en 19 mei 2009 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Middelhorst heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mr. M.P.M. Martens en voor De Middelhorst door mr. T. Cohen Jehoram, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Middelhorst begroot op € 490,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op

8 april 2011.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.