Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 17 december 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO7505Zaaknummer 09/04183
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 december 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04183
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 8:41, lid 1, van de Awb. Beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht; meer dan eenmaal griffierecht verschuldigd ter zake van één, door meer dan één belanghebbende ingediend beroepschrift?; geen sprake van hetzelfde besluit.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet, als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, J.A.C.A. Overgaauw, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2010.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
nr. 09/04183
17 december 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 11 september 2009, nr. AWB 09/907, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 juni 2009, nr. AWB 09/907.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende zijn twee belastingaanslagen opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij gezamenlijke uitspraak van de Inspecteur zijn gehandhaafd. Belanghebbende heeft tegen die uitspraak beroep ingesteld bij de Rechtbank.
De Rechtbank heeft bij uitspraak van 22 juni 2009 het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betaald zijn van het griffierecht.
Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Minister heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. De gemachtigde van belanghebbende heeft met één geschrift namens vier besloten vennootschappen, waaronder belanghebbende, beroep ingesteld bij de Rechtbank. Het geschrift vermeldde vier uitspraken op bezwaar, die elk afzonderlijk waren gericht aan één van de vier vennootschappen en die betrekking hadden op ten aanzien van elk van de vier vennootschappen afzonderlijk opgelegde belastingaanslagen.
3.1.2. De Rechtbank heeft aan de gemachtigde vier griffierechtnota's toegezonden, voor ieder van de vier vennootschappen één afzonderlijk. De gemachtigde heeft, onder vermelding van het kenmerk van één van die vier griffierechtnota's, niet zijnde de nota voor belanghebbende, griffierecht betaald, en daarbij vermeld 'wegens hetzelfde besluit 1 x recht verschuldigd voor 09/906, 907, 908 en 909'.
3.2. De Rechtbank heeft belanghebbendes beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betaald zijn van het verschuldigde griffierecht.
3.3. In verzet was in geschil of belanghebbendes beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
3.4. De Rechtbank heeft geoordeeld dat niet sprake is van een geval waarin het beroep van de indieners betrekking heeft op hetzelfde besluit, dat evenmin sprake is van samenhangende besluiten, en dat belanghebbendes beroep derhalve terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
3.5. In cassatie voert belanghebbende aan dat in deze situatie op de voet van artikel 8:41, lid 1, Awb slechts éénmaal griffierecht is verschuldigd, aangezien sprake is van één indiener, te weten de gemachtigde, en voorts sprake is van één beroepschrift ter zake van hetzelfde besluit, dan wel ter zake van samenhangende besluiten.
3.6. Artikel 8:41, lid 1, eerste en tweede volzin, Awb luiden:
'Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven. Indien het een beroepschrift ter zake van twee of meer samenhangende besluiten of van twee of meer indieners ter zake van hetzelfde besluit betreft, is eenmaal griffierecht verschuldigd.'
3.7. Aan de parlementaire geschiedenis van artikel 8:41, lid 1, Awb kan worden ontleend dat de wetgever met deze bepaling heeft beoogd dat, indien beroep is ingesteld door twee of meer indieners ter zake van twee of meer besluiten die zijn genomen ten aanzien van hen afzonderlijk, voor de indiening van het beroepschrift door elk van die indieners griffierecht is verschuldigd. Slechts indien twee of meer indieners één beroepschrift indienen ter zake van hetzelfde besluit is eenmaal griffierecht verschuldigd (vgl. Kamerstukken II 1993/94, 23 780, nr. 3, blz. 5 t/m 6, en Kamerstukken II 1994/95, 23 780, nr. 8, blz. 2 t/m 3). In dit verband is met 'indiener' bedoeld degene die voor zichzelf beroep instelt, respectievelijk namens wie beroep wordt ingesteld.
3.8. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.7 is overwogen, is in het onderwerpelijke geval sprake van een door vier vennootschappen bij de Rechtbank ingediend beroepschrift, zodat van elk van de indieners afzonderlijk griffierecht dient te worden geheven, tenzij sprake is van een beroepschrift dat is gericht tegen hetzelfde besluit, als bedoeld in artikel 8:41, lid 1, tweede volzin, Awb. Van een zodanig besluit was in dit geval geen sprake. Het onderhavige beroepschrift had, zoals de Rechtbank in onderdeel 2.8 van haar uitspraak heeft vastgesteld, betrekking op diverse aanslagen die aan de vier indieners afzonderlijk waren opgelegd, zodat niet gezegd kan worden dat de beroepen zich richten tegen hetzelfde besluit. De klacht faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet, als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, J.A.C.A. Overgaauw, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2010.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2026:386 Gerechtshof Den Haag, 17 februari 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:389 Gerechtshof Den Haag, 17 februari 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2025:211 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 oktober 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:578 Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:1949 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:137 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:139 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:153 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:154 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:5785 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:5786 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:618 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:619 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:620 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:621 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:622 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:623 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:624 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:625 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:626 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:627 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:628 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:629 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:630 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:631 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2265 Gerechtshof Den Haag, 7 november 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:354 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:493 Gerechtshof Den Haag, 1 maart 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:494 Gerechtshof Den Haag, 1 maart 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:495 Gerechtshof Den Haag, 1 maart 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:10001 Rechtbank Limburg, 29 december 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:9997 Rechtbank Limburg, 29 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:10714 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:9177 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:7244 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 juli 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:6292 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:764 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 januari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2021:461 Rechtbank Noord-Nederland, 25 januari 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2021:462 Rechtbank Noord-Nederland, 25 januari 2021 (bestuursprocesrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2021:463 Rechtbank Noord-Nederland, 25 januari 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2021:464 Rechtbank Noord-Nederland, 25 januari 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:9911 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3838 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 oktober 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3094 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 augustus 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:718 Gerechtshof Den Haag, 29 maart 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:1291 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:1292 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:14808 Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:2004 Rechtbank Noord-Holland, 17 maart 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:2005 Rechtbank Noord-Holland, 17 maart 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:2006 Rechtbank Noord-Holland, 17 maart 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:814 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 februari 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:1148 Gerechtshof Amsterdam, 9 februari 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2106 Gerechtshof Den Haag, 5 juli 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2107 Gerechtshof Den Haag, 5 juli 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2108 Gerechtshof Den Haag, 5 juli 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2015:2366 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 juni 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2015:11113 Rechtbank Den Haag, 26 maart 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2015:11114 Rechtbank Den Haag, 26 maart 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2015:11115 Rechtbank Den Haag, 26 maart 2015 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.