Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 24 september 2010
ECLI:NL:HR:2010:BN8049Zaaknummer 09/03257
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 september 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03257
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
8:73 en 8:74 Awb, geen rentevergoeding over vergoeding griffierecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2010.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 09/03257
24 september 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 juli 2009, nr. 08/00699, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking op de voet van artikel 29a van de Wet WOZ de vastgestelde waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z (hierna: de woning) voor het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 bekendgemaakt.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen bij uitspraak de vastgestelde waarde gehandhaafd.
De Rechtbank te Alkmaar (nr. 06/2738 Woz) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de waarde verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd, de waarde verminderd, het verzoek tot schadevergoeding afgewezen en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 4. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de klachten
3.1.1. De vierde klacht is gericht tegen het oordeel van het Hof dat er geen aanleiding bestaat om naast vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht, ook vergoeding van rente daarover te gelasten bij wijze van schadevergoeding.
3.1.2. Deze klacht faalt. De grondslag voor vergoeding van griffierecht is gelegen in artikel 8:74 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Die bepaling voorziet alleen in vergoeding van het (nominale) bedrag van het betaalde griffierecht, en niet in vergoeding van rente daarover. In overeenstemming met de rechtspraak van andere hoogste bestuursrechters is de Hoge Raad van oordeel dat in artikel 8:74 Awb uitputtend is geregeld welke mogelijkheden de bestuursrechter heeft om een partij te veroordelen tot een vergoeding in verband met de heffing van griffierecht (vgl. de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juli 2004, RSV 2004/85, LJN AQ5516, en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 oktober 2007, nr. 200700778/1, LJN BB5817). Voor een aanvullende vergoeding van rente over het betaalde griffierecht bij wege van schadevergoeding op de voet van artikel 8:73 van de Awb, is dan ook geen plaats.
3.2. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2010.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 29a WOZ
- Artikel 8:74 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 8:73 Awb
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3144 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2203 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 juli 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2204 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 juli 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:816 Gerechtshof Amsterdam, 23 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3842 Gerechtshof Amsterdam, 17 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3853 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3854 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3855 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3856 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3857 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3858 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3859 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3860 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3861 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3862 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3852 Gerechtshof Amsterdam, 27 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:3358 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 april 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4297 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 november 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:9670 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 november 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3972 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 oktober 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1878 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 mei 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1720 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 mei 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2019:623 Hoge Raad, 19 april 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3478 Gerechtshof Den Haag, 27 november 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3996 Gerechtshof Den Haag, 12 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2018:4027 Gerechtshof Den Haag, 12 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2018:3622 Rechtbank Gelderland, 21 augustus 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:4323 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 mei 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:4324 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 mei 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:3813 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 april 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:3012 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 april 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:3013 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 april 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:2797 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 maart 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:2700 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 maart 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3144 Gerechtshof Amsterdam, 16 juli 2009 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.