Uitspraak · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 3 september 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM7050Zaaknummer 09/03637
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 september 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03637
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Familierecht. Echtscheiding. Geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. Door de huwelijksgerelateerde behoefte van 60% van het voormalige netto gezinsinkomen als enige maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle door partijen aangevoerde relevante omstandigheden. Maatstaf: HR 19 december 2003, NJ 2004, 140.
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 september 2010.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
3 september 2010
Eerste Kamer
09/03637
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 100553/FA RK 08-147 van de rechtbank te Alkmaar van 15 oktober 2008;
b. de beschikking in de zaken 200.022.336/01 en 200.022.336/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging van de in cassatie bestreden beslissing en tot verwijzing van de zaak naar een ander hof, met compensatie van de kosten.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Partijen zijn in mei 2002 met elkaar gehuwd.
In februari 2007 zijn zij (feitelijk) uit elkaar gegaan. Vanaf juni 2007 tot oktober 2008 heeft de man aan de vrouw een bedrag van € 3.000,-- per maand voor haar levensonderhoud betaald. Bij beschikking van 20 september 2007 heeft de rechtbank Alkmaar tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 14 februari 2008 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2 Het verzoek van de vrouw strekt tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud ten bedrage van € 10.000,-- per maand.
De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. In hoger beroep heeft de vrouw aangevoerd dat zij behoefte heeft aan een bijdrage van € 11.000,-- per maand. De man heeft deze behoefte - mede wat iedere door de vrouw gestelde post afzonderlijk betreft - betwist. Het hof heeft de bijdrage met ingang van 20 februari 2008 bepaald op € 5.685,-- per maand.
3.3 Het hof heeft in rov. 4.4 overwogen dat als uitgangspunt voor de behoefte van een onderhoudsgerechtigde geldt dat deze wordt bepaald aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen van de echtgenoten op het moment dat zij uiteen gingen. Het hof hanteerde daarbij als norm dat de huwelijksgerelateerde behoefte 60% van het voormalige netto gezinsinkomen (in de laatste drie jaren) bedraagt, en stelde aldus (in rov. 4.7) de behoefte van de vrouw vast op een bedrag van € 17.466,-- netto per maand.
3.4 Dit oordeel, in het bijzonder wat betreft het forfaitaire uitgangspunt, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Bij de bepaling van de behoefte van de onderhoudsgerechtigde dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven van partijen tijdens het huwelijk, waarin een aanwijzing kan worden gevonden voor de mate van welstand waarin zij hebben geleefd, en zoveel mogelijk met concrete gegevens betreffende de reële of met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde (HR 19 december 2003, nr. R03/040, LJN AM2379, NJ 2004, 140). Door 60% van het vroegere netto gezinsinkomen als (enige) maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle door partijen aangevoerde relevante omstandigheden als voormeld.
3.5 Nu onderdeel 1 slaagt, kan onderdeel 2 betreffende afwijzing van het verzoek tot limitering onbehandeld blijven. Daarover moet het hof na verwijzing immers opnieuw oordelen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 september 2010.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2010:BM7050 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24438 Rechtbank Den Haag, 18 november 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2392 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 september 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13245 Rechtbank Den Haag, 1 mei 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:36 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 januari 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2164 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 juli 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1673 Gerechtshof Den Haag, 3 april 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:1120 Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:1036 Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3540 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 oktober 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1217 Gerechtshof Den Haag, 11 januari 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5420 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 september 2022 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10202 Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2022 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2264 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 juli 2022 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:212 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 januari 2022 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3595 Rechtbank Noord-Nederland, 7 juli 2021 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2021:3152 Rechtbank Amsterdam, 23 juni 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:946 Gerechtshof Den Haag, 19 mei 2021 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:1750 Gerechtshof Amsterdam, 23 juni 2020 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3709 Gerechtshof Amsterdam, 8 oktober 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2766 Gerechtshof Den Haag, 25 september 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1961 Gerechtshof Den Haag, 17 juli 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:5344 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 juni 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4537 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 november 2018 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2548 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juni 2018 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2018:491 Gerechtshof Amsterdam, 13 februari 2018 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:38 Parket bij de Hoge Raad, 5 januari 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBLIM:2017:10807 Rechtbank Limburg, 8 november 2017 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:7124 Rechtbank Noord-Holland, 23 augustus 2017 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:6723 Rechtbank Noord-Holland, 12 juli 2017 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2212 Gerechtshof Den Haag, 17 mei 2017 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:1334 Rechtbank Noord-Holland, 22 februari 2017 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3536 Gerechtshof Den Haag, 16 december 2015 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:HR:2015:3479 Hoge Raad, 4 december 2015 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2014:5014 Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2014 (civiel recht)
- ECLI:NL:HR:2014:1336 Hoge Raad, 6 juni 2014 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2010:BM7050 Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2010 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.