Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 5 maart 2010

ECLI:NL:HR:2010:BK9631Zaaknummer 08/03325

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03325
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurrecht. Vaststelling van de huurprijs van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse op de voet van art. 7A:1632a (oud) BW. (81 RO)

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

5 maart 2010

Eerste Kamer

08/03325

EE/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] heeft bij exploot van 13 maart 2002 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, te bepalen dat de huur van de door [eiser] van [verweerder] gehuurde bedrijfsruimte aan de [a-straat 1a] te [plaats] (hierna: de bedrijfsruimte), ingaande 1 maart 2002, € 54.453,63 per jaar zal zijn.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnissen van 31 januari 2003 en 11 april 2003 de Bedrijfshuuradviescommissie verzocht advies uit te brengen met betrekking tot de vaststelling van de huurprijs van de bedrijfsruimte. Bij eindvonnis van 22 oktober 2004 heeft de kantonrechter de huur van de bedrijfsruimte vastgesteld op € 40.202,91 per jaar per 1 maart 2002. Het meer of anders gevorderde heeft de kantonrechter afgewezen.

Tegen het eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Verweerder] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij tussenarrest van 3 augustus 2006 heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen en daartoe twee deskundigen benoemd. Bij eindarrest van 8 mei 2008 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de huur van de bedrijfsruimte vastgesteld op € 51.198,04 per jaar, met ingang van 1 maart 2002.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 21 januari 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.