Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 5 februari 2010

ECLI:NL:HR:2010:BK5759Zaaknummer 08/04576

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04576
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van de middelen
  4. 4. Beslissing

5 februari 2010

Eerste Kamer

08/04576

EE/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE GEMEENTE AMSTERDAM (dienst Stadstoezicht),

zetelende te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 6 februari 2006 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton en gevorderd, kort gezegd,

- primair voor recht te verklaren dat het door de Gemeente aan [eiser] verleende ontslag kennelijk onredelijk is, en de Gemeente te veroordelen tot herstel van het dienstverband en tot betaling van het overeengekomen salaris, en

- subsidiair, voor recht te verklaren dat het door de Gemeente aan [eiser] verleende ontslag kennelijk onredelijk is, en voorts de Gemeente te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 91.919,-- althans een naar billijkheid toe te kennen schadevergoeding.

De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.

De kantonrechter heeft, na een tussenvonnis van 3 april 2006, bij eindvonnis van 18 september 2006 de vorderingen afgewezen.

Tegen het eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 8 mei 2008 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.