Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 22 december 2009

ECLI:NL:HR:2009:BK3577Zaaknummer 09/04126

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04126
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BOPZ. Cassatieberoep tegen beschikking waarbij machtiging is verleend tot voortzetting van de inbewa-ringstelling als bedoeld in art. 27 Wet Bopz niet ontvankelijk nu de geldigheidsduur van de verleende machtiging ingevolge art. 30 Wet Bopz is verstreken.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instantie
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Ontvankelijkheid van het beroep
  4. 4. Beslissing

22 december 2009

Eerste Kamer

09/04126

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ALKMAAR,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie

De officier van justitie heeft op 7 juli 2009, onder overlegging van (onder meer) een ondertekende geneeskundige verklaring een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door haar raadsvrouwe, alsmede een arts-assistent op 10 juli 2009 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte machtiging verleend voor de periode van 10 juli 2009 tot 31 juli 2009.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in haar cassatieberoep.

3. Ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep is gericht tegen een beschikking op een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in art. 27 Wet Bopz.

De geldigheidsduur van de door de rechtbank op 10 juli 2009 verleende machtiging is echter ingevolge art. 30 Wet Bopz op 31 juli 2009 verstreken, zodat betrokkene geen belang meer heeft bij haar beroep en om deze reden daarin niet kan worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 27 BWBR0005700
  • Artikel 30 BWBR0005700

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.