Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 4 december 2009

ECLI:NL:HR:2009:BJ8258Zaaknummer 08/00730

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00730
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Verdeling van schade op de voet van art. 6:101 lid 1 BW. (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan

de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 4.746,34

in totaal, waarvan € 4.631,34 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier, en € 115,-- te voldoen aan [verweerder 1].

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van de middelen
  4. 4. Beslissing

4 december 2009

Eerste Kamer

08/00730

EE/SV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V. (voorheen Winterthur Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam),

gevestigd te Zoetermeer,

2. [Eiser 2],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.E. Franke,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ ZORGVERZEKERAAR VGZ U.A.,

gevestigd te Eindhoven,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mrs. F.E. Vermeulen en C.M. Reijnen, thans mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s., en verweerders afzonderlijk als respectievelijk [verweerder 1] en VGZ.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] c.s. hebben bij exploot van 18 april 2002 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd,

- primair, [eiser] c.s. te veroordelen aan [verweerder 1] te vergoeden alle schade, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het verkeersongeval van 13 september 2000 heeft geleden of nog zal lijden, nader op te maken bij staat; en

- [eiser] c.s. te veroordelen aan VGZ te betalen een bedrag van € 89.583,75, met rente en kosten; en

- subsidiair, [eiser] c.s. te veroordelen tot betaling van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen deel van het primair gevorderde.

[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 21 augustus 2002 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 25 februari 2004 [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerder 1] te vergoeden 20% van de schade, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden of nog zal lijden. Daarnaast heeft de rechtbank [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan VGZ te betalen een bedrag van € 17.916,75, met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 19 juli 2007 heeft het hof [verweerder] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen het tussenvonnis van 21 augustus 2002, het vonnis van de rechtbank van 25 februari 2004 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerder 1] 80% van de schade te vergoeden, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Daarnaast heeft het hof [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan VGZ een bedrag van € 76.913,21 te vergoeden te vermeerderen met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat, en voor [verweerder] c.s. door mr. C.M. Reijnen, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan

de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 4.746,34

in totaal, waarvan € 4.631,34 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier, en € 115,-- te voldoen aan [verweerder 1].

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.