Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 24 april 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI1968Zaaknummer 07/12961
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 april 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/12961
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 229b Gemeentewet. Stelplicht en bewijslast limietoverschrijding.
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2009.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
nr. 07/12961
24 april 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 september 2007, nr. 04/02235, betreffende een aan X C.V. te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in het rioolafvoerrecht.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2001 een aanslag in het rioolafvoerrecht van de gemeente Roosendaal opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard en de uitspraak alsmede de aanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben de zaak doen toelichten, het College door mr. R.M.P.G. Niessen-Cobben, advocaat te Rotterdam, belanghebbende door mr. M.J. Hamer, advocaat te Utrecht.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. Het Hof heeft de rioolrechtverordening waarop de onderhavige aanslag berust onverbindend geoordeeld op de grond dat de heffingsambtenaar, op wie naar het oordeel van het Hof de last rust te bewijzen dat de heffing is gebaseerd op inzichtelijke en controleerbare gegevens, niet in haar bewijslast ter zake is geslaagd. Als gevolg hiervan is, aldus het Hof, niet te beoordelen of de tarieven zodanig zijn vastgesteld dat de geraamde baten van het rioolafvoerrecht niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake.
3.2.1. Bij de beoordeling van de tegen dit oordeel gerichte middelen III en IV dient het volgende te worden vooropgesteld. Een geschil over, kort gezegd, limietoverschrijding wordt procesrechtelijk hierdoor gekenmerkt dat niet de belanghebbende die het geschilpunt opwerpt, maar de heffingsambtenaar de partij is die beschikt over de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van dat geschilpunt. Die omstandigheid leidt tot de hierna te omschrijven (verzwaarde) eisen aan de motivering die de heffingsambtenaar geeft voor zijn betwisting dat de limiet is overschreden.
3.2.2. Indien een belanghebbende aan de orde stelt of de in artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet bedoelde geraamde baten de in dat artikel bedoelde geraamde "lasten ter zake" hebben overschreden, dient de heffingsambtenaar inzicht te verschaffen in de desbetreffende ramingen.
3.2.3. Indien de belanghebbende ten aanzien van één of meer posten in de raming in twijfel trekt of de post kan worden aangemerkt als een "last ter zake", dient de heffingsambtenaar nadere inlichtingen over deze post(en) te verstrekken, teneinde - naar vermogen - deze twijfel weg te nemen.
3.2.4. Indien de belanghebbende niet stelt dat de in deze inlichtingen begrepen feitelijke gegevens onjuist zijn, heeft de rechter slechts de rechtsvraag te beantwoorden of, uitgaande van die feiten, de desbetreffende post kan worden aangemerkt als een "last ter zake". Bij ontkennende beantwoording van die vraag dient hij te beoordelen of daardoor de opbrengstlimiet is overschreden.
3.2.5. Indien de belanghebbende wél stelt dat die feitelijke gegevens onjuist zijn, en de heffingsambtenaar deze stelling van de belanghebbende betwist, komt bewijslevering aan de orde. In dat geval draagt de belanghebbende de bewijslast van zijn stelling dat de door de heffingsambtenaar verschafte feitelijke gegevens onjuist zijn, omdat die onjuistheid een voorwaarde is voor het intreden van het rechtsgevolg dat hij inroept (onverbindendheid van de verordening). Na bewijslevering dient de rechter, uitgaande van de feiten die hij bewezen acht, de rechtsvraag te beantwoorden die hiervoor in 3.2.4 is omschreven, en in het licht daarvan te beoordelen of de opbrengstlimiet is overschreden.
3.3. De middelen III en IV slagen, want 's Hofs uitspraak geeft hetzij blijk van een miskenning van deze uitgangspunten, hetzij onvoldoende inzicht in 's Hofs gedachtegang:
- Voor zover onderdeel 4.9 van 's Hofs uitspraak betrekking heeft op de onder 3.2.2 bedoelde eis, blijkt uit het vervolg van de uitspraak niet dat het Hof heeft onderzocht in hoeverre de heffingsambtenaar de vereiste nadere inlichtingen heeft verstrekt.
- Uit onderdeel 4.10, eerste volzin, volgt dat de heffingsambtenaar heeft erkend dat één post niet in de lastenraming thuishoort, maar uit de uitspraak blijkt niet of het Hof heeft onderzocht of daardoor de opbrengstlimiet is overschreden.
- De tweede volzin van onderdeel 4.10 - wat daarvan verder zij - miskent dat het niet op de weg ligt van de heffingsambtenaar, maar op die van de belanghebbende om te stellen dat bepaalde posten niet thuishoren in de lastenraming.
- Onderdeel 4.10 bevat geen reactie op het in onderdeel 4.9 weergegeven standpunt van belanghebbende dat onvoldoende inzicht is verschaft in de aard van de lasten. Daardoor is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet duidelijk hoe het Hof in onderdeel 4.11 van zijn uitspraak tot de slotsom is kunnen komen dat dit standpunt van belanghebbende gelet op "al het voorgaande" gevolgd moet worden.
- Onderdeel 4.11 van 's Hofs uitspraak miskent dat er geen bewijslast op de heffingsambtenaar rust.
3.4. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2009.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0297 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2026:5537 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2026:5538 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2026:5539 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1907 Gerechtshof Den Haag, 9 juni 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1741 Gerechtshof Den Haag, 19 mei 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2026:1965 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 maart 2026 (bestuursstrafrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3645 Rechtbank Noord-Holland, 26 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3652 Rechtbank Noord-Holland, 26 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2396 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2397 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2577 Gerechtshof Den Haag, 25 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2578 Gerechtshof Den Haag, 25 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2914 Gerechtshof Den Haag, 21 augustus 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2050 Gerechtshof Amsterdam, 13 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:334 Gerechtshof Den Haag, 26 februari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2335 Gerechtshof Den Haag, 5 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2336 Gerechtshof Den Haag, 5 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2743 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5359 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1255 Gerechtshof Den Haag, 9 juli 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:567 Hoge Raad, 31 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1206 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 april 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1210 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 april 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:2175 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:2176 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:2177 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:2178 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2891 Gerechtshof Amsterdam, 1 november 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3013 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2595 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2023:7615 Rechtbank Noord-Holland, 9 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:3458 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 april 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:780 Gerechtshof Den Haag, 4 april 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:730 Gerechtshof Amsterdam, 16 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:731 Gerechtshof Amsterdam, 16 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:668 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:669 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2022:10390 Rechtbank Limburg, 22 december 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2022:10115 Rechtbank Limburg, 16 december 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2022:10117 Rechtbank Limburg, 16 december 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1946 Gerechtshof Den Haag, 27 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:7919 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2936 Gerechtshof Amsterdam, 3 augustus 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:4691 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 juni 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2022:4258 Rechtbank Rotterdam, 2 juni 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2022:4259 Rechtbank Rotterdam, 2 juni 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:3220 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 april 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:714 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 februari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:719 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 februari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:490 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 januari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:491 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 januari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:248 Rechtbank Midden-Nederland, 25 januari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2022:218 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:9827 Rechtbank Limburg, 24 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:9830 Rechtbank Limburg, 24 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:9846 Rechtbank Limburg, 23 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11834 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11528 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2021:10620 Rechtbank Noord-Holland, 18 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2021:10621 Rechtbank Noord-Holland, 18 november 2021 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.