Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 10 april 2009

ECLI:NL:HR:2009:BH1998Zaaknummer 07/12677

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12677
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Bevrijdende verjaring; stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt ING in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

10 april 2009

Eerste Kamer

07/12677

DV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de rechtspersoon naar vreemd recht ING BHF-BANK AKTIENGESELLSCHAFT,

gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. D. Rijpma,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

voorheen kantoorhoudende te [plaats],

2. [Verweerster 2],

kantoorhoudende te [plaats],

3. [Verweerder 3],

kantoorhoudende te [plaats],

4. [Verweerder 4],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ING en als [verweerder] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

ING heeft bij exploot van 6 oktober 2004 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 306.301,64, met rente en kosten.

[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 10 augustus 2005 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft ING hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 13 juli 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft ING beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt ING in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.